Mannen zijn als eentjes, vrouwen zijn als nulletjes
In computertaal wordt gebruik gemaakt van het binaire getalssysteem: alles wordt uitgedrukt in nulletjes en eentjes. Op een dag kwam in me op hoe dit gebruikt kan worden in een heel andere context: de verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn de eentjes, meer rechtlijnig en concreet. Vrouwen zijn de nulletjes, het begin en de bron van alles, de ruimte waarin en waaruit alles kan ontstaan. In dit artikeltje krijg je een ander zicht aangereikt op wat mannen en wat vrouwen typeert. Een stukje filosofische beschouwing. Dat het voor iedereen geldt mag je natuurlijk niet zeggen, maar het zal in de buurt ervan komen ;-)
Wat zijn de nulletjes? De nul is vooral geen een. Het is een open ruimte, die alleen maar aan te wijzen is omdat er een cirkel omheen staat. Het bewustzijn van een vrouw is als die ruimte: het is dan moeilijk om precies te zeggen 'ik ben dit'. Er is geen echt duidelijk concreet omlijnd zelfbeeld. Het is meer vaag dan iets anders. Het zelfbeeld wordt enkel ontleend aan wat 'in de vorm', in interactie met de omgeving en anderen meegemaakt wordt. Hiervoor moet dus een beweging 'naar buiten' worden gemaakt. Omdat ieder individu toch op zoek is naar een definitie, een stuk vastigheid en zekerheid in zichzelf, is een vrouw geneigd iedere keer uit haar centrum, het midden van de nul, te gaan, en meer in de periferie ervan te leven. Gericht op anderen, vanuit anderen zichzelf belevend. In essentie is dit een borderline-achtig patroon: het zoeken van houvast en zekerheid buiten zich, en het missen van het evidente, namelijk dat die draagkracht van binnen al aanwezig is. Borderline is het vanuit en naar anderen toe leven. Dat is haast onvermijdelijk als het van binnen vaag voelt. Er is zo'n behoefte aan houvast, aan definitie, aan vormgeving, dat er vanzelf uitgereikt wordt - uit het centrum naar buiten toe. De ruimte in het nulletje is de basis van alles, en heeft daarmee draagkracht, een gedragenheid in zich. De vrouw, die net als iedereen juist naar zichzelf zoekt kijkt 'over die ruimte heen', ervaart dat niet als vanzelf als haarZelf, als haar kracht. Eerder is er een vastklamp-neiging, om uit die vage ruimte te blijven en elders buiten zichZelf houvast te vinden.
Wat zijn dan de eentjes? De een is vooral geen nul. Hoewel alles uit het vrouwelijke is ontstaan heeft een man geen natuurlijk besef hiervan 'meegekregen'. Er is juist geen vaagheid, maar een concreetheid waar moeilijk onderuit te komen is. Die concreetheid lijkt juist de ruimte waar het uit ontstaan is uit te sluiten. Er lijkt alleen maar die 'een' te zijn, hijzelf, en niet zoiets als ruimte. Een man is zodoende meer rechtlijnig, meer geworteld in zichzelf. Mannen staan dus niet open voor alles wat er is, zijn niet van nature ontvankelijk. Dit is een autistische neiging, zou je kunnen zeggen. Borderline en autisme zijn grote woorden. Er zijn tal van gradaties in, en het enige dat ik probeer aan te geven is de tendens, de neiging tot bepaalde patronen die blijkbaar op een of andere manier in de sekse zit ingebakken. Autisme zou je dan kunnen omschrijven als het slechts ten dele aanwezig zijn. Aanwezig zijn is een staat van zijn, gekenmerkt door ontvankelijkheid, openheid en tegenwoordigheid van geest. De mannelijke geest heeft echter een vooringenomenheid, alles moet een naam hebben. Dat gaat vanzelf bij mannen, er is een ingebouwde rechtlijnigheid. Bij een man is een appel een appel, bij een vrouw is het minder concreet, en wordt de vorm, kleur en geur beschreven. De man beschrijft de route aan de hand van wegnummers, de vrouw aan de hand van het landschap.
En het interessante is: een vrouw verlangt naar een soort concreetheid en houvast, en een man verlangt juist naar de gedragenheid die het vrouwelijke van nature in zich heeft. Maar eentjes worden geen nulletjes, en nulletjes worden geen eentjes. De vrouw heeft de man nodig om haar bewust te maken van haarZelf, door die ruimte in haar te zien en, ja, te eren. De man heeft de vrouw nodig om niet verstrikt te raken in de wetmatigheden van 'deze wereld', van deze realiteit. Zonder die 'vrouwelijke' draagkracht en ruimte is de man overgeleverd aan de gevangenis van zijn eigen concreet-zijn. Zijn doelgerichtheid kan hij leren combineren met ontvankelijkheid. In plaats van een snelweg die naar een bepaald doel leidt kan het meer gaan voelen als een rivier, die ook naar het juiste doel leidt, maar en meer natuurlijk verloop heeft. Deze kort-door-de-bocht psychologie is overigens niet bedoeld om letterlijk te nemen, maar vooral om als een soort blauwdruk te zien van waar je zelf zit, en wat mogelijk ontbreekt in je leven. Liefde voor een man is hem wijzen op dat er meer is, hem te helpen ontspannen in het Zijn, de gedragenheid Zelf. Liefde voor een vrouw is haar te herkennen en eren als dat Zelf; dat een vrouw toekomt aan zichZelf, dat ze zich zo gekend en veilig kan voelen dat ze niet hoeft uit te reiken om gekend te worden en veilig te voelen.